Therapievormen

 

Psychologische zorg in de Generalistische Basis GGZ is laagdrempelig en kortdurend (gemiddeld 5-8 gesprekken), meestal gericht op vermindering van duidelijk omschreven klachten. In veel gevallen wordt gebruik gemaakt van cognitieve gedragstherapie.



Cognitieve gedragstherapie is sterk gericht op klachten en problemen die in het heden spelen. De therapie stoelt op een open en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie tussen therapeut en cliënt. Een belangrijk onderdeel van cognitieve gedragstherapie is het opsporen en onderzoeken van de lastige of negatieve gedachten (cognities) die ten grondslag liggen aan onze gevoelens en gedragingen, en tot probleemsituaties kunnen leiden. In therapie leert men om meer reële, evenwichtige en functionele gedachten te formuleren, om zo beter om te kunnen gaan met klachten en problemen, en er minder last van te hebben. Ook het aanleren van en oefenen met ander gedrag helpen hierbij.



EMDR
 (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring (trauma). Vaak gaat het om zich opdringende herinneringen aan de schokkende gebeurtenis in de vorm van flashbacks en nachtmerries. Men spreekt dan van een posttraumatische stress-stoornis (PTSS).
Onder de EMDR-knop in het menu hiernaast vindt u meer informatie.


Schematherapie
Schematherapie is ontwikkeld in de jaren negentig van de vorige eeuw door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young. Het viel hem op dat veel van zijn cliënten sterke, terugkerende patronen in hun leven hadden waar ze steeds weer tegenaan liepen. Ook als ze rationeel wel wisten dat het niet handig was wat ze deden, bleven ze in dezelfde valkuil trappen. Sommigen komen telkens weer in relaties terecht waarin ze als voetveeg worden behandeld; anderen vinden zichzelf nooit goed genoeg, hoeveel ze ook bereikt hebben. Dit soort patronen zijn meestal terug te voeren naar ervaringen in de jeugd. Young kwam tot 18 verschillende 'schema's' (thema's/valkuilen), o.a. Emotionele Verwaarlozing, Extreme Aanpassing, Extreem hoge eisen stellen (aan zichzelf, en vaak ook aan anderen).

Daarnaast werkt schematherapie met 'modi'. Een modus is een houding of gevoel (b.v. Straffende ouder-modus of Gekwetste kind-modus) waarin je schiet wanneer oude gevoelens worden opgeroepen. Schematherapie leert je de Gezonde Volwassene-modus te versterken, het Gekwetste kind te troosten of de Straffende ouder de mond te snoeren.

Schema's ontstaan wanneer je als kind op de een of andere manier niet genoeg bent vervuld in je emotionele basisbehoeften. Young onderscheidt er 5: een veilige band met andere mensen; onafhankelijkheid en zelfstandigheid; vrijheid om je behoeften en emoties te uiten; spontaniteit en plezier, en duidelijke grenzen.

In de schematherapie werken therapeut en cliënt nauw samen om de belemmerende patronen te herkennen en daarmee aan de slag te gaan, om ze uiteindelijk te vervangen door gezonde patronen. Schematherapie werkt op een dieper niveau dan cognitieve gedragstherapie, problemen worden aangepakt op gevoelsniveau, het niveau van onbewuste associaties. Die associaties spelen een grote rol bij je gedachten, je gedrag en je gevoelsleven.

Literatuur:

"Leven in je leven", Jeffrey Young & Janet Klosko. Harcourt Book Publishers.

"Patronen doorbreken", Hannie van Genderen, Gitta Jacob & Laura Seebacher. Uitgeverij Nieuwezijds.